Schrijfrituelen

- maandag 20 november 2017

Door Constantijn Hoffscholte

Renate Dorrestein schreef ooit dat er waarschijnlijk geen woord bestaat waaraan schrijvers een grotere hekel hebben dan aan “inspiratie”. Schrijven is volgens haar vooral een kwestie van doorzettingsvermogen en slechts in beperkte mate een activiteit die voortkomt uit iets ongrijpbaars als inspiratie. ‘Het idee dat je zou blootstaan aan zoiets als “inspiratie” wekt de indruk dat je dat vermaledijde geploeter niet zelf verricht, maar ontspannen aan een pilsje zit te lurken totdat de geest vaardig over je wordt’, aldus Dorrestein in Het geheim van de schrijver (uitg. Contact, 2000).

Een zelfde conclusie valt te trekken na lezing van het boek Dagelijkse rituelen van Mason Currey. In 2007 begon hij met een blog over de werkgewoonten van bekende kunstenaars. De blog groeide uit tot een boek, met daarin een indrukwekkend aantal portretten van schrijvers, schilders, filmmakers, componisten en andere creatievelingen. Currey verzamelde zoveel mogelijk details over hun dagelijkse routines: hoe laat ze opstaan, hoe lang ze werken, wat ze tussendoor eten en welke afwijkende gewoonten ze aan de dag leggen. De hoofdstukjes zijn kort en bondig en niet voorzien van een interpretatie, maar leiden tot een duidelijke conclusie: ook kunstenaars hebben behoefte aan rituelen. Sterker nog: rituelen helpen om de inspiratie op gang te brengen.

Neem Charles Dickens, die er een punctueel werkschema op nahield. ‘Geen enkele saaie, eentonige, conventionele taak zou ooit punctueler of met meer efficiënte regelmaat afgehandeld kunnen zijn dan hoe hij zijn werk van fantasie en ideeën aanpakte’, liet zijn oudste zoon zich eens ontvallen. Dickens begon om negen uur en werkte tot een uur of twee, met een kleine onderbreking voor de lunch (al was hij dan nauwelijks aanspreekbaar). Daarna ging hij wandelen, urenlang, waarbij hij zijn werk liet bezinken en nieuwe energie opdeed.

Ernest Hemingway werkte staand aan zijn typemachine, die op een boekenplank stond. Jane Austen schreef op kleine velletjes papier, die ze makkelijk kon verbergen als er bezoek binnenkwam. De Amerikaanse schrijver John Cheever werkte een tijdlang in een opslagruimte in het souterrain van zijn appartementengebouw, waar hij in zijn onderbroek zat te schrijven. Stephen King schrijft elke dag, inclusief verjaardagen en vakanties, en stopt pas als hij tweeduizend woorden op papier heeft. Graham Greene stimuleerde zijn productiviteit door het gebruik van twee benzedrine-tabletjes per dag. Zo staat Dagelijkse rituelen vol weetjes over de schrijfrituelen van beroemde auteurs.

De overeenkomst is dat, hoewel de routines zeer verschillen, vrijwel iedereen er wel een routine op nahoudt. De Japanse bestsellerauteur Haruki Murakami staat om vier uur ’s ochtends op, werkt dan vier à vijf uur, gaat ’s middags sporten en andere dingen doen en kruipt om negen uur weer in zijn bed. Elke dag. Hij noemt de herhaling een vorm van hypnose. ‘Ik hypnotiseer mezelf om een diepere bewustzijnslaag aan te boren.’ Dat het leiden van een sociaal leven er bij inschiet, neemt hij op de koop toe. ‘Mijn lezers maakt het niet uit welke levensstijl ik kies, zolang elk volgende boek maar beter is dan het vorige.’

Dagelijkse rituelen verscheen in Nederland bij Maven Publishing en kost 12,50 euro.