Het boek achterna

Achter de rug van god

Hij wist als student al: ik ga zo snel mogelijk weg uit Nederland. Na tal van omzwervingen streek arts, marathonloper en schrijver Thijs Feuth neer in Fins Lapland. Over zijn leven in het afgelegen plaatsje Posio, slechts omgeven door natuur, schreef hij het indrukwekkende Achter de rug van God.
tekst en beeld Vivian de Gier en Marc Brester

Op het imposante Posiojärvi, het Posiomeer, dansen deze ochtend verliefde zangzwanen op het water. Ze zijn een voorbode van betere tijden, van de zomer, die hier in Lapland in één week uitbundig losbarst en maar heel kort duurt. Het was deze wilde, ooit bijna uitgestorven zwaan die Thijs Feuth inspireerde bij het schrijven van zijn tweede boek. De 36-jarige arts, die na tal van omzwervingen eerst in het zuiden van Finland en daarna in Fins Lapland neerstreek, voorvoelde dat zijn tijd in Posio bijzonder en cruciaal zou worden. Terwijl hij daar in the middle of nowhere werkte op de huisartsenpost, verdiepte hij zich in zijn vrije uren in het nationale epos Kalevala en het verhaal van Yrjö Kokko over de zingende zwanen – wie zo’n dier doodt, roept groot onheil over zich af. Ondertussen hield hij een dagboek bij over wat hij meemaakte en waarin hij ruimte gaf aan zijn twijfels als arts, marathonloper, geliefde, mens.

Het resultaat is het eerlijke, ontroerende boek Achter de rug van God. Een vreemdeling in Lapland, waarin het sobere Lapse leven, de Finse mythologie, hardlopen, Feuths drukke artsenbestaan en zijn psychologische ontwikkeling een organische verbintenis aangaan. Want dat is wat er gebeurt wanneer je op een van God verlaten plek op aarde terechtkomt: je wordt vooral geconfronteerd met jezelf.

Weg van het benauwende leven

Uitkijkend over het nabijgelegen Livojärvi, een meer dat wordt doorsneden door een weg – we herkennen het beeld uit de openingsscène van het boek – luisteren we naar de stilte en het smeltende ijs. Het drukke, volle en soms benauwende leven in Nederland verschilt als dag en nacht van dat in een regio als deze, vertelt Feuth. In Finland ervaart hij meer ruimte, letterlijk en figuurlijk. ‘Omdat je hier weinig invloeden hebt, worden kleine dingen heel waardevol’, mijmert hij. ‘Wat je leest, wat je ziet… Een eenzame raaf die boven het bos zweeft terwijl je een lange tocht maakt, zijn rauwe kreet, dat het enige geluid is dat je hoort… Dingen die ik altijd voor lief nam, kregen ineens betekenis. Hier in Posio kwam voor mij heel veel samen. Ik moest gaan nadenken over alles wat ik van het leven wilde – of juist niet.’

De ongereptheid en onveranderlijkheid van de Lapse natuur – zojuist staken nog een paar rendieren de weg over – vormden een spiegel voor hem, die hem dwong zich te bezinnen op heden en toekomst, maar bovenal ook op het verleden. Een van de dingen die Feuth het hoofd moest bieden, was zijn terugkerende rusteloosheid. ‘Als je bezig bent jezelf aan iemand te binden, zoals ik aan mijn vriendin – Laura in het boek – is dat een probleem. Als kind woonde ik op een oud boerderijtje, met geiten en ganzen, omgeven door een boomgaard die in mijn herinnering altijd bloeide. Vanwege de dieren gingen we nooit op vakantie, maar ik hoorde wel de verhalen van andere kinderen. Vooral bergen trokken me aan – die moest ik ooit zien. En de boeken die ik las, brachten me ook in andere werelden. Ik hoef niet per se Brazilië of New York te zien. Van reizen als toerist hou ik niet. Wat ik wél boeiend vind, is me een tijdje op een plek vestigen en voelen hoe het leven daar is, er deel van uitmaken. Ik verlang nu bijvoorbeeld heel sterk naar Noorwegen – ik zou wel in zo’n klein oud vissersplaatsje willen wonen. De dramatiek daarvan trekt me.’

‘Dingen die ik altijd voor lief nam, kregen ineens betekenis’
Achter de rug van God - Thijs Feuth
titel Achter de rug van God. Een vreemdeling in Lapland auteur Thijs Feuth uitgeverij De Arbeiderspers pagina's 272 prijs€ 18,99

CESUUR

Toen de Nijmeegse boerderij in de houdgreep genomen werd door een nieuwe woonwijk, verhuisde het gezin. Er ontstond een cesuur in Feuths jeugd. In zijn nieuwe woonplaats Balgoij kon hij niet aarden, het huwelijk van zijn ouders liep niet lekker en ruzies tussen hem en zijn vader en moeder trokken ook een wissel op de rest van het gezin. In zijn boek beschrijft hij hoe hij zich op een bepaald moment ‘de aartsvijand van het gezin’ voelde, nadat ‘een pikzwarte puberteit’ de relatie met zijn familie ‘verziekt’ had. Hij was degene die een wig dreef tussen anderen – dat niet al te rooskleurige zelfbeeld zette zich in hem vast.

Maar zijn koffers pakken om te vluchten, bleek in Lapland geen optie meer, onder meer vanwege de liefde voor zijn vriendin, die hij uiteindelijk, na zijn lange worsteling, ten huwelijk vroeg. De eenzaamheid en de tochten door de soms barse, maar altijd overweldigende natuur hadden een louterend effect op hem. En daar kunnen we ons hier in Posio alles bij voorstellen.

‘Hier in Posio moest ik gaan nadenken over alles wat ik van het leven wilde – of juist niet’’

‘Tuurlijk, je kunt ergens anders opnieuw beginnen. Maar al ben je tien keer van plek veranderd, je komt vaak steeds weer in dezelfde situaties terecht, omdat die niet afhankelijk zijn van anderen. Wat je ontvlucht zit niet in de buitenwereld, maar in jezelf.’

Zo werd Achter de rug van God uiteindelijk niet alleen een portret van Posio, maar ook een heel persoonlijk boek. ‘Dat persoonlijke wilde ik er eigenlijk zo veel mogelijk buiten houden, maar mijn redacteur zei: je houdt iets achter. Ik besloot met de billen bloot te gaan en daardoor kwam er in één keer van alles los. Elk mens heeft zo zijn tegenstrijdigheden, negatieve en positieve kanten. Ik heb dat geprobeerd zo eerlijk mogelijk weer te geven, en ik hoop dat anderen zich er daardoor in kunnen herkennen. En dat ze denken: je kunt leren omgaan met je imperfectie. De mens is geen foto van de Middellandse Zee waarop de lucht altijd blauw is.’

Thijs Feuth, het boek achterna